Hoefverzorging

De grondlegger van het natuurlijk bekappen is Jaime Jackson. In het begin van de jaren 80 heeft hij vier jaar lang wilde paarden bestudeerd in de “Great Basin”, een uitgestrekt gebied in het westen van Amerika. Met de resultaten van dit onderzoek heeft hij een bekapmethode ontwikkeld die gebaseerd is op het model van het wilde paard.

Ruwweg komt het erop neer dat er bij de bekapping natuurlijke slijtage wordt aangebracht met in het achterhoofd het model (van de hoef) van het wilde paard.

Karakteristieken van dit model komen ook weer naar voren na de natuurlijke bekapping.

De natuurlijke bekapping simuleert dus natuurlijke slijtagepatronen. Door deze slijtagepatronen wordt de hoef “gestimuleerd” om natuurlijke groeipatronen te ontwikkelen. De hoef krijgt meer en meer een natuurlijkere vorm welke ervoor zorgt dat het paard gebruik kan maken van zijn natuurlijke gangen wat er weer voor zorgt dat de hoeven blootgesteld worden aan een natuurlijke gewichtsdruk.

Deze natuurlijke gewichtsdruk vormt uiteindelijk de hoef en versterkt de natuurlijke bekapping.

  • Verwijder alleen dat wat in de natuur ook zal slijten
  • Laat zitten wat in de natuur ook blijft zitten
  • Laat teruggroeien wat door menselijk handelen is verwijderd, maar er wel had moeten zitten
  • Negeer alle pathologie

Bij de natuurlijke bekapping wordt dus alleen verwijderd wat in de natuur ook zou wegslijten. De hoefwand wordt teruggebracht naar zoolniveau en de zool en straal dragen niet (actief) mee. De zool en straal zijn “passieve” dragers. Deze komen alleen in contact met de ondergrond op ongelijk terrein.

Een hoef willen controleren of “boetseren” in een bepaald model werkt niet, dus wat in de natuur niet onderhevig is aan slijtage wordt tijdens de bekapping ook niet aangeraakt.

Structuren van de hoef die door menselijk handelen zijn verwijderd, maar wel aanwezig zouden moeten zijn, krijgen de kans om terug te groeien. Bijvoorbeeld een “bullnose” door overmatig raspen aan de hoefwand of een zool die concaaf is gesneden met het hoefmes.

Symptomen van pathologie worden behandeld door de oorzaak weg te nemen (bijv. aanpassing dieet) en niet met bepaalde bekappingsmethoden of hoefijzers. Een paard met een verbrede witte lijn is naar alle waarschijnlijkheid een paard dat de verkeerde voeding krijgt of teveel medicatie zoals enting, ontworming, sedatie, pijnstillers, etc..

Voor ieder ziektebeeld wordt wel een geneesmiddel uitgevonden. Hierdoor kan tunnelvisie ontstaan. Je ziet alleen de ziekte en het specifieke geneesmiddel en alles wat daarbuiten valt, is niet relevant. Bij hoefverzorging is het vaak niet anders. Voor elke afwijking in de hoef is wel een andere techniek / ijzer / middeltje bedacht en zo wordt het gewenste eindresultaat uit het oog verloren, namelijk een mooie gezonde hoef.

Een goed voorbeeld hiervan is hoefbevangenheid. Een aanpassing van bekapping, (omgekeerde) ijzers, boxrust, medicatie zijn allemaal symptoombestrijders en halen over het algemeen niets uit. Door de oorzaak (bijv. verkeerd dieet) aan te pakken is het paard er vaak zo weer bovenop.

Veel problemen die naar voren komen bij onbeslagen paarden zijn nog steeds aanwezig wanneer het paard beslagen wordt, echter door de verdovende effecten van het hoefijzer zijn deze niet zichtbaar.

Wanneer een paard van de ijzers gehaald wordt, komt een goede doorbloeding en gevoel weer terug in de hoef en het probleem dat reeds (lange tijd) aanwezig was, wordt voor het paard nu voelbaar. Om deze periode te overbruggen zijn hoefschoenen een goed alternatief.

Het is niet de bedoeling om deze 24/7 aan te laten, maar alleen te gebruiken wanneer de situatie erom vraagt, zoals bijvoorbeeld bij een buitenrit.